Een prothese waarvan alle vingers te bewegen zijn, is een uitkomt voor iemand die zijn eigen hand moet missen. Bert Pot heeft zich ontwikkeld tot ambassadeur van de modernste kunsthand.
Dat alle vingers los van elkaar te bewegen zijn is al
tamelijk bijzonder. En dan heeft Bert Pot uit Sappemeer ook nog een app
bij zijn prothesehand.
Met wat simpele klikken op zijn smartphone kan Pot (50) zijn kunsthand
zo instellen dat dagelijkse handelingen eenvoudig en haast
zonder spierkracht zijn uit te voeren. Het aantrekken van een jas
bijvoorbeeld, het hanteren van een plantenspuit of tikken op een
toetsenbord. Pot is de trotse bezitter van de i-limb ultra
revolution, de meest geavanceerde kunsthand ter wereld. Soms noemt Pot
zichzelf de Man van Zes Miljoen. Dit najaar zeven jaar geleden
veranderde zijn wereld.
De medewerker van kartonfabriek Eska in Sappemeer kwam tijdens de
nachtdienst met zijn hand tussen de walsen van een machine. “Ik had
gelijk in de gaten dat het niet met een pleister weer goed kwam.” Pot
verloor zijn linkerhand, en hij was nota bene linkshandig. Met een
verzameling protheses voor zich op tafel vertelt hij zijn
revalidatiegeschiedenis. Sommige handen lijken net echt. Het kan
nog echter, zegt Pot. “Je kunt een exacte kopie krijgen van je eigen
hand. Als je zwaar behaard bent kan er zelfs haar op.” Maar om mooi
en niet van echt te onderscheiden ging het hem niet, Pot wilde zo veel
mogelijk kunnen met zijn nephand. De eerste prothese die hij kreeg viel
hem tegen. Door middel van eigen spierkracht in de stomp kon hij die,
via elektrodes, open en dicht doen, meer niet. “Ik heb er een tijdje mee
geoefend en ik dacht: Er moet toch wel iets beters zijn?” Op internet
vond hij filmpjes van de i-limb, een hand van het Schotse bedrijf Touch
Bionics, met in elke vinger een motortje waardoor de vingers los van
elkaar kunnen bewegen.
Zijn instrumentmaker in Haren regelde als geste een ontmoeting met de
Nederlandse importeur van de i-limb. “Die keer zag ik de hand voor het
eerst in levende lijve.” Dankzij de universele koppeling die geldt voor
prothesehanden kon hij de i-limb meteen aan zijn stomp bevestigen en
uitproberen. In 2008 kreeg hij zijn eerste eigen i-limb. Pot pakt een
busje van tafel, de kunstvingers sluiten er mooi omheen. “Met mijn oude
prothese lukt mij dat niet, omdat die niet zo’n grote opening heeft en geen
beweegbare vingers. Als ik met de oude iets wil pakken, moet ik
me altijd in een bepaalde hoek wringen.” Niet veel mensen in Nederland
hebben een ilimb.
Volgens Pieter van Delft van importeur Loth Fabenim in Den Haag dragen
rond de dertig mensen in de Benelux er een, in Nederland hebben vijf
personen de modernste versie, de i-limb ultra revolution. Het attribuut
kost dertig tot vijfendertigduizend euro en is daarmee zo’n
twintigduizend euro duurder dan een prothese die alleen open en dicht
kan. Te duur, vinden ziektekostenverzekeraars meestal. Dat Pot de
prothese wel heeft en ook nog eens telkens de nieuwste versie krijgt, noemt hij “een geluk bij een ongeluk”.
Zijn eerste i-limb wist hij los te peuteren via de
letselschadeverzekering. De gedachte was dat hij er zijn werk weer mee
zou kunnen doen. Het Universitair Medisch Centrum Groningen wilde de
i-limb graag testen met Pot als proefpersoon. Uit het onderzoek kwam dat
de prothese erg kwetsbaar was, de duim ging bijvoorbeeld snel stuk.
Fabrikant Touch Bionics, niet blij met die onderzoeksresultaten,
stelde de tweede versie beschikbaar, een krachtiger, betere uitvoering,
zo blijkt uit UMCG-onderzoek dat eerdaags verschijnt in de Journal of
Rehabilitation Research and Development.
Vanwege zijn inspanningen als
proefkonijn en omdat hij zo’n enthousiaste gebruiker is heeft Touch
Bionics Pot inmiddels ook de ultra revolution geschonken. Hij kan
verschillende grepen programmeren. Ze worden opgeroepen als hij bepaalde
spieren in zijn stomp op een bepaalde manier aanspant. Maar de app kan
de vingers ook laten bewegen zonder spieraanspanningen. Pot laat zien
hoe hij via de telefoon de hand opdracht geeft zich zo te vormen dat hij
zijn jas makkelijk aan kan doen. “De duim klapt in. Als die open blijft
staan dan wil het niet, dan krijg ik die hand nooit door de mouw.”
Van
de kartonfabriek moest hij afscheid nemen. Hij werd in 2010 volledig
afgekeurd. Ruim anderhalf jaar had hij nog geprobeerd weer met de
jongens mee te draaien in ploegen. Maar werktempo en overbelasting
aan zijn andere arm, de rechter, vormden een beletsel, ook op het
technisch magazijn waar hij nog een poosje werkte. De i-limb, gekregen
om te kunnen re-integreren, hoefde hij niet terug te geven. Nu staat zijn
leven voor een groot deel in het teken van de kunsthand. Hij zegt het
glunderend haast: “Als je ziet wat ik door mijn prothese
allemaal meemaak, dat had ik zonder dat ongeluk nooit beleefd.”
Hij is demopatiënt voor fysiotherapeuten en ergotherapeuten, staat
voor Touch Bionics op beurzen en geeft voorlichting op scholen
over leven met een kunsthand. Hij speelde zelfs in een horrorfilm,
Zombibi. Hij is betrokken bij het Forum Korter Maar Krachtig, voor
mensen met een ledemaatbeperking. En druk met de SMvG, de stichting voor
motorrijders met een prothese. Motorrijden kan en mag hij tot
zijn grote vreugde weer. Maar motorrijden doet hij niet met de i-limb,
maar met een speciale motorprothese, een soort captain Hook-haak noemt
hij die. Hij heeft hem ook in een verwarmde versie, om pijn bij kou
tegen te gaan.
Geregeld stellen anderen met geamputeerde handen hem de
vraag ‘Hoe kom je aan die mooie prothese? Hoe heb je die vergoed
gekregen?’ Dan staat hij wel eens met de mond vol tanden en een half
schuldgevoel. Maar door zijn verhaal te vertellen hoopt hij voor
andere gehandicapten ambassadeur te zijn en verzekeraars te laten zien
hoe het leven kan verbeteren door een i-limb, of een vergelijkbare
prothese met beweegbare vingers van een andere fabrikant.
“Te veel
mensen met een handicap zitten zielig in een hoekje”, meent Pot. Wie een
armprothese krijgt legt het ding vaak al snel weg. “Dat komt doordat de
verwachtingen te hoog zijn. Men denkt dat je alles weer kunt doen wat
een echte hand ook kan, maar dat is zeker niet zo. Daar is een echte
hand te complex voor. Naarmate het gebruikersgemak stijgt, ga je een
prothese wel meer gebruiken, de drempel om dingen weer op te pakken is
minder hoog.”
Bron: KorterMaarKrachtig