dinsdag 31 december 2013

Een geluk bij een ongeluk - Bert Pot

Een prothese waarvan alle vingers te bewegen zijn, is een uitkomt voor iemand die zijn eigen hand moet missen. Bert Pot heeft zich ontwikkeld tot ambassadeur van de modernste kunsthand.

Dat alle vingers los van elkaar te bewegen zijn is al tamelijk bijzonder. En dan heeft Bert Pot uit Sappemeer ook nog een app bij zijn prothesehand.
Met wat simpele klikken op zijn smartphone kan Pot (50) zijn kunsthand zo instellen dat dagelijkse handelingen eenvoudig en haast zonder spierkracht zijn uit te voeren. Het aantrekken van een jas bijvoorbeeld, het hanteren van een plantenspuit of tikken op een toetsenbord. Pot is de trotse bezitter van de i-limb ultra revolution, de meest geavanceerde kunsthand ter wereld. Soms noemt Pot zichzelf de Man van Zes Miljoen. Dit najaar zeven jaar  geleden veranderde zijn wereld.

De medewerker van kartonfabriek Eska in Sappemeer kwam tijdens de nachtdienst met zijn hand tussen de walsen van een machine. “Ik had gelijk in de gaten dat het niet met een pleister weer goed kwam.” Pot verloor zijn linkerhand, en hij was nota bene linkshandig. Met een verzameling protheses voor zich op tafel vertelt hij zijn revalidatiegeschiedenis. Sommige handen lijken net echt. Het kan nog echter, zegt Pot. “Je kunt een exacte kopie krijgen van je eigen hand. Als je zwaar behaard bent kan er zelfs haar op.” Maar om mooi en niet van echt te onderscheiden ging het hem niet, Pot wilde zo veel mogelijk kunnen met zijn nephand. De eerste prothese die hij kreeg viel hem tegen. Door middel van eigen spierkracht in de stomp kon hij die, via elektrodes, open en dicht doen, meer niet. “Ik heb er een tijdje mee geoefend en ik dacht: Er moet toch wel iets beters zijn?” Op internet vond hij filmpjes van de i-limb, een hand van het Schotse bedrijf Touch Bionics, met in elke vinger een motortje waardoor de vingers los van elkaar kunnen bewegen.

Zijn instrumentmaker in Haren regelde als geste een ontmoeting met de Nederlandse importeur van de i-limb. “Die keer zag ik de hand voor het eerst in levende lijve.” Dankzij de universele koppeling die geldt voor prothesehanden kon hij de i-limb meteen aan zijn stomp bevestigen en uitproberen. In 2008 kreeg hij zijn eerste eigen i-limb. Pot pakt een busje van tafel, de kunstvingers sluiten er mooi omheen. “Met mijn oude prothese lukt mij dat niet, omdat die niet zo’n grote opening heeft en geen beweegbare vingers. Als ik met de oude iets wil pakken, moet ik me altijd in een bepaalde hoek wringen.” Niet veel mensen in Nederland hebben een ilimb.

Volgens Pieter van Delft van importeur Loth Fabenim in Den Haag dragen rond de dertig mensen in de Benelux er een, in Nederland hebben vijf personen de modernste versie, de i-limb ultra revolution. Het attribuut kost dertig tot vijfendertigduizend euro en is daarmee zo’n twintigduizend euro duurder dan een prothese die alleen open en dicht kan. Te duur, vinden ziektekostenverzekeraars meestal. Dat Pot de prothese wel heeft en ook nog eens telkens de nieuwste versie krijgt, noemt hij “een geluk bij een ongeluk”.

Zijn eerste i-limb wist hij los te peuteren via de letselschadeverzekering. De gedachte was dat hij er zijn werk weer mee zou kunnen doen. Het Universitair Medisch Centrum Groningen wilde de i-limb graag testen met Pot als proefpersoon. Uit het onderzoek kwam dat de prothese erg kwetsbaar was, de duim ging bijvoorbeeld snel stuk. Fabrikant Touch Bionics, niet blij met die onderzoeksresultaten, stelde de tweede versie beschikbaar, een krachtiger, betere uitvoering, zo blijkt uit UMCG-onderzoek dat eerdaags verschijnt in de Journal of Rehabilitation Research and Development.

Vanwege zijn inspanningen als proefkonijn en omdat hij zo’n enthousiaste gebruiker is heeft Touch Bionics Pot inmiddels ook de ultra revolution geschonken. Hij kan verschillende grepen programmeren. Ze worden opgeroepen als hij bepaalde spieren in zijn stomp op een bepaalde manier aanspant. Maar de app kan de vingers ook laten bewegen zonder spieraanspanningen. Pot laat zien hoe hij via de telefoon de hand opdracht geeft zich zo te vormen dat hij zijn jas makkelijk aan kan doen. “De duim klapt in. Als die open blijft staan dan wil het niet, dan krijg ik die hand nooit door de mouw.”

Van de kartonfabriek moest hij afscheid nemen. Hij werd in 2010 volledig afgekeurd. Ruim anderhalf jaar had hij nog geprobeerd weer met de jongens mee te draaien in ploegen. Maar werktempo en overbelasting aan zijn andere arm, de rechter, vormden een beletsel, ook op het technisch magazijn waar hij nog een poosje werkte. De i-limb, gekregen om te kunnen re-integreren, hoefde hij niet terug te geven. Nu staat zijn leven voor een groot deel in het teken van de kunsthand. Hij zegt het glunderend haast: “Als je ziet wat ik door mijn prothese allemaal meemaak, dat had ik zonder dat ongeluk nooit beleefd.”

Hij is demopatiënt voor fysiotherapeuten en ergotherapeuten, staat voor Touch Bionics op beurzen en geeft voorlichting op scholen over leven met een kunsthand. Hij speelde zelfs in een horrorfilm, Zombibi. Hij is betrokken bij het Forum Korter Maar Krachtig, voor mensen met een ledemaatbeperking. En druk met de SMvG, de stichting voor motorrijders met een prothese. Motorrijden kan en mag hij tot zijn grote vreugde weer. Maar  motorrijden doet hij niet met de i-limb, maar met een speciale motorprothese, een soort captain Hook-haak noemt hij die. Hij heeft hem ook in een verwarmde versie, om pijn bij kou tegen te gaan.

Geregeld stellen anderen met geamputeerde handen hem de vraag ‘Hoe kom je aan die mooie prothese? Hoe heb je die vergoed gekregen?’ Dan staat hij wel eens met de mond vol tanden en een half schuldgevoel. Maar door zijn verhaal te vertellen hoopt hij voor andere gehandicapten ambassadeur te zijn en verzekeraars te laten zien hoe het leven kan verbeteren door een i-limb, of een vergelijkbare prothese met beweegbare vingers van een andere fabrikant.

“Te veel mensen met een handicap zitten zielig in een hoekje”, meent Pot. Wie een armprothese krijgt legt het ding vaak al snel weg. “Dat komt doordat de verwachtingen te hoog zijn. Men denkt dat je alles weer kunt doen wat een echte hand ook kan, maar dat is zeker niet zo. Daar is een echte hand te complex voor. Naarmate het gebruikersgemak stijgt, ga je een prothese wel meer gebruiken, de drempel om dingen weer op te pakken is minder hoog.”

Bron: KorterMaarKrachtig

1 opmerking: